8.08.2002

Niks aan de hand, kindertjes
Oom Nimo heeft het gewoon een beetje druk. Ga maar even wat voor jezelf doen.

8.06.2002

Een Turk is een Turk
Het is the white man's burden om een goede naam te verzinnen voor al die buitenlanders die ons blanke landje binnendringen. Het woordje allochtoon kán niet meer. De alternatieven zijn echter zwaar kut:

rijksgenoot: is gedateerd, kon nog toen we nog overzeese rijksdelen hadden, maar slaat nu nergens meer op

gekleurde medemens: dat is pas echt denigrerend, als je er steeds bij moet zeggen dat kroeskoppen en Turken ook mensen zijn

etnische minderheid: wordt een beetje lastig omdat in veel wijken allochtonen in de meerderheid zijn

medelander: echt een verzonnen woord, veel te politiek correct

etnische Nederlander: te omslachtig

Ik stel voor een Turk gewoon een Turk te noemen, en een Marokkaan Marokkaan. Een Surinamer is een Surinamer of eventueel een neger. Een Fransman noemen we toch ook gewoon een Fransman?

8.05.2002

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL
'Ontzagwekkend was Napoleons genie, staalhard zijn machtswil en grenzeloos zijn organisatietalent. Waar hij kwam, stichtte hij orde en schiep recht. Maar hij stond er ook buiten - buiten zijn eigen handelen, dat hij als toeschouwer beschouwde, en zoo stond hij als genie tevens boven den heerscher, en was hij de geniale wijze.'

'De ernst is nooit zonder een glimlach. Wie altijd ernstig kijkt, is een verzuurd of een somber mensch, die het lachen verleerd heeft, maar zuurheid en somberheid zijn geen ernst. Slechts wijsheid en innerlijke rust geven den mensch een ernstig uiterlijk, maar beiden worden eerst op den duur verkregen, al impliceert dit niet, dat zij onherroepelijk gepaard gaan met grijze haren en dito baard. Er zijn meer grijze domkoppen dan wijzen, al zal menig grijsaard zich levenservaring hebben eigen gemaakt, wat overigens niet hetzelfde is als begrip. De ernstige mensch is in zijn ernst gelukkig, juist omdat hij ernst maakt met het leven en met het Zijn.'

Mooie woorden van mr drs A. Börger (1892-1971), bij leven praktiserend psycholoog en docent van de stichting "Studiekring voor Wijsbegeerte".
Wat de meeste weblogsters (m/v) niet weten over seks
Dat je het schrijft met –ks op het einde.
De Nieuwe Wereld
‘I created a monster’, riep Frankenstein. Zouden Ouders Van Nu zich soms ook niet zo voelen? Gisteren was er een herhaling van het teeveeprogramma DNW over kinderen van deze tijd. De voorbeeldkinderen uit de documentaire waren precies zoals je ze dagelijks op straat of in de tram kan tegenkomen.

Een roodharig jongetje van een jaar of tien, elf, dikke buik, onderkin en een permanent ontevreden trek op zijn bolle gezichtje. Had net een peperduur elektronisch drumstel gekregen van papa. Zo maar. Verveeld sloeg hij af en toe op zo’n zwart tupperware dekseltje. Toen moest het gesprek worden onderbroken, want hij kreeg een email op z’n i-mode. Het was mama: in de vriezer lag een lekkere kant-en-klaarmaaltijd, twee minuten in de magnetron en klaar. Wel je bordje in de vaatwasser zetten!

Daarna zag je een meisje. Ook al veel te dik. ‘Als ik iets wil en mama wil het niet, dan vraag ik het gewoon de hele tijd en dan mag het toch.’ Vader en moeder speelden de vermoorde onschuld. Nee hoor, zij verwenden hun kinderen heus niet, en als ouders waren zij natuurlijk de baas in huis. Dat meisje zat op de achtergrond te grijnzen. Zij wist wel beter.

De jeugd heeft de toekomst. Het geeft een beklemmend beeld van Nederland. Je kan het nu al zien. Als het twee dagen warm is, is het hele land ontregeld. Treinen rijden niet meer, het asfalt laat los en niemand werkt. Als het op vakantie een beetje hagelt, en er een deukje in de auto zit, worden er vanuit het vaderland bussen ingezet om die verwende vakantiegangers op te halen. Zomer in Nederland: we schakelen nu rechtstreeks over naar het steunpunt van de ANWB in Lyon.

Het wordt misschien weer eens tijd voor een fijne, ouderwetse oorlog. Goed voor het evenwicht.
De werkelijkheid is altijd nog gekker dan de wildste fantasie
Je blijft je toch verbazen met al die schertsfiguren zich tegenwoordig profileren via de LPF. Als je dit van tevoren allemaal zo had opgeschreven, hadden de mensen gezegd ‘nee, het ligt er te dik bovenop, je maakt er een karikatuur van’.

Wat hebben we al niet voor een gekken gezien langskomen, nadat de grootste gek werd doodgeschoten. Die hele klucht met die Dost en Langendam, Herben die zijn cv vervalst en via seances contact houdt met zijn overleden ouders, die ene minister die zijn lidmaatschap van de VVD niet wil opgeven, Bomhoff die een ambtenaar ontslaat, Philomena Bijlhout, die dementerende Ferry Hoogendijk, die minister van EZ met z’n pooierbak en zijn door Jan des Bouvrie ingerichte kantoor, die het regeerakkoord na twee weken alweer helemaal wil veranderen, het gaat maar door. Ik ben er vast nog een paar vergeten.

Nu heb je weer zo’n vrouwtje dat moord en brand schreeuwt. Ze heeft haar eigen gratis website (via 'suripages' nota bene), inclusief advertentiekolom. Op grond van haar prachtige cv wilde Pim haar wel minister maken, krijst ze. Moet je dat cv voor de gein eens bekijken. Warrig en vol taalfouten (ze heeft veel expertise op het gebied van 'phylosofie'). Twintig jaar geleden was ze ‘praeses van de jaarclub’ en dat wapenfeit staat nog steeds trots op het cv van deze vrouw van in de vijftig.

En dan haar ‘programma’. Geen touw aan vast te knopen. Ook niet op haar zogenaamde vakgebied. “Straffen oplegging, hoe erger hoe meer!” Een verzameling KRETEN met foto’s van PIM in wiens GEEST dit hysterische wijf het LAND wil DIENEN! Want dat is haar een EER!!!
Hoe het afliep
Er stond inmiddels een hele menigte om me heen. Er werden vele foto’s gemaakt van de gehavende FireBlade. Voor sommige Duitsers heb ik zelfs nog even geposeerd bij het wrak. Minstens twee waren er aan het filmen. Ooggetuigen vertelden met veel gebaren het verhaal aan nieuwkomers. Dan wezen ze op mij, en kreeg ik bewonderende blikken en schouderklopjes. Ik was de held. Maar dat woog niet op tegen de pijn, die steeds verder opkwam.

En ik had nog steeds geen lucht. Ik begon om me heen te kijken. Waar was ik eigenlijk? De bewoner van de dichtstbijzijnde boerderij nam me mee naar zijn huis. Binnen kreeg ik een glaasje water. Nadat ik even op de bank had gezeten, bracht hij me met de auto naar het station. Terwijl vele toeschouwers uitstapten om naar de TT te gaan, ging ik in mijn eentje de andere kant op.

Nooit heb ik zo’n rotte treinreis gehad als toen. Ik zat voorover en elk hobbeltje, elke beweging van de trein veroorzaakte een scheut van pijn door m’n rug. Ik probeerde op verschillende manieren te gaan zitten, maar een comfortabele positie was er niet. Ik bekeek mijn volledig kapotte helm. Die had me behoedt voor erger. Thuis eerst naar het ziekenhuis gebracht voor onderzoek. Gelukkig geen blijvend letsel, alleen diverse kneuzingen, bloeduitstortingen, blauwe plekken en longen zonder lucht. Ik merkte dat als echt alle lucht uit je longen wordt geslagen, het heel lang duurt voordat het weer een beetje terugkomt. Pas de volgende dag kon ik weer een beetje normaal praten. Nog een week deed elke beweging, elk stapje pijn.

Wat is nu de moraal van dit verhaal, jongens en meisjes? Vallen is niet leuk. Het levert misschien achteraf een leuk verhaal op, maar als je na een week nog als een oude man door het huis schuifelt omdat alles pijn doet, voel je je bepaald geen stoere bink. Het kost ontzettend veel geld. En nogmaals, het doet PIJNNNNN.

Overigens een tijdje later weer een motor total loss gereden. Maar toen had ik een rugbeschermer (die ik sinds de beschreven val altijd draag) en zo’n ding werkt wonderbaarlijk goed. Geen centje pijn. Wel een weggetakelde motor, midden in het Lake District in het hoge noorden van Engeland (Cumbria). Maar dat is weer een heel ander verhaal.
Effe legge...
De adrenaline begon inmiddels ook langzaam weg te ebben. De motor, of wat er nog van over was, werd aan de kant tegen een boom gezet. ‘ja, ik weet hoe je je nu voelt’ zei mijn oudere metgezel vrolijk ‘je voelt je een enorme lul’.

Triest keek ik naar de afgebroken kuipdelen die overal in het gras lagen. ‘Nou, wat doe je, ga je nog mee?’ vroeg hij. Ik wilde alleen maar naar huis, maar had nog steeds geen adem om het uit te leggen. Mijn gepiep werd als een 'nee' geïnterpreteerd. ‘Okee, nou je komt wel thuis, he?’ En weg was hij.

Knap lullig, als je niet kan praten. Ik was met mijn rug tegen de kant van de sloot aangeknald en echt alle lucht was in één klap uit mijn longen geslagen. Ademhalen ging moeilijk. En langzaam maar zeker kwam de pijn. Ik moest even gaan liggen….
Alles kaputt
Snel stond ik op. De toeschouwers, meest Duitsers, waren met vereende krachten de motor uit de greppel aan het tillen. Ik ging er meteen weer op zitten. Doorrijden! Was – gek genoeg - mijn enige gedachte. De motor zou wel krassen hebben. Ik baalde stevig. ‘Geef me even een zetje’, gebaarde ik ongeduldig. ‘Aber Chef, kuck doch mal!’ Die Duisters wilden niet meewerken. ‘Kom op, man!’ Wat zat hij nou te wijzen? Ik stapte weer af. Toen zag ik het. Het voorwiel was niet bepaald rond meer, en zat helemaal in het motorblok. De kuip was van voren verdwenen. De tellerbak hing triest aan een kabeltje te bungelen. De voorvork zat als spaghetti in de radiator gevouwen. Uit alle kanten kwam er olie uit het blok. Het begon langzaam te dagen… De motor was geloof ik een beetje kapot….
Vervolg crash...
Toen een harde dreun en ik lag stil, ondersteboven in de greppel die tussen de weg en het fietspad lag. Met die hoge snelheid had ik die greppel dus totaal niet gezien. Ik weet nog goed dat ik drie keer achter elkaar een soort oerkreet slaakte, toen ik uiteindelijk stil lag. Waarschijnlijk was dat de adrenaline die eruit moest. Ik herinner me nog goed hoe de eerste gezichten verschenen, boven de rand van de greppel. Met de blauwe lucht er achter zagen ze bleek van schrik.

Het waren mensen die langs de kant hadden staan kijken. Ze wisten natuurlijk niet wat ze zouden zien. Misschien was ik wel de pijp uit, of zat ik onder het bloed. Ik hoorde achteraf dat het er heel spectaculair had uitgezien, zoals ik en de motor los van elkaar door de lucht vlogen en meters door rolden. Toen verscheen boven me het silhouet van mijn reisgenoot. Vanaf zijn motor keek hij misprijzend op me neer…
Crash! Bang! Wallet!
Ik dook erin met een aardige snelheid, legde hem plat…. En voelde dat de hele boel begon te glijden. ‘Shit, nee!’ Schoot er door me heen. Toen ging het allemaal heel snel. Op de een of andere manier kreeg ik hem weer rechtop. Ik ging rechtdoor het gras in. ‘Hij houdt hem net’ dacht degene die achter me reed. En ikzelf ook. Rechtdoor het gras in en dan op het fietspad keihard remmen om niet in de bosjes te belanden. Dat was het plan.

Maar opeens begon de hele wereld te draaien. Het soort beelden van een ‘on board camera’ dat je op teevee ziet als een coureur crasht. Heel snel achterelkaar zag ik allerlei verschillende dingen: groen (van het gras), blauw (van de lucht), weer groen, blauw, iets wits dat door de lucht vloog, en zo nog een paar keer in de herhaling. Het was net een videoclip. Voor menselijke hersens ging het even te snel om te bevatten. Ik had geen flauw idee wat er aan de hand was, onderging het gewoon…
Regen am Ring
Het rijden op de Ring is helaas niet doorgegaan vanwege het slechte weer. Ander keertje. Wel ’s ochtends vroeg m’n bed uit en nog aardig wat gereden. Tegen de middag volledig natgeregend. Maar dan ook echt geen droge draad meer aan mijn goddelijke lichaam. Niet zo lekker.

Voordat ik met Thirza verderga, zal ik nog even vertellen hoe ik toen die FireBlade plat reed. Ik was dus aangekomen bij de weilanden rond het circuit van Assen, die in de week voor de TT altijd helemaal vol staan met kampeerders. Vlak voor het veld waar wij in die tijd de motor parkeerden, was er nog een leuk bochtje. Met zo veel toeschouwers wilde ik die bocht natuurlijk in stijl nemen….

8.04.2002

Weest gerust meisjes
Heer Nimo is weer veilig thuis, en.... still in one piece, zegt de Engelse man.